0 van 0 resultaten voor ""

Gepubliceerd: juni 7, 2021

Transformatie als vitamine C(ity)

5 vragen aan Bas Horsting

Bedrijventerreinen ondergaan steeds vaker een metamorfose van anonieme werklocaties naar hoogstedelijke levendige stukken stad. Transformatie van dit soort plekken zijn als een injectie voor de stad, want het levert bruisende plekken op waar het fijn wonen, werken en recreëren is. Bas Horsting, architect en urban planner bij Sweco, was betrokken bij de transformatie van de NDSM-werf in Amsterdam en Strijp-S in Eindhoven. Onlangs ontwikkelde hij een ruimtelijke deelgebiedsvisie voor de wijk Paasheuvel Village in Amsterdam. Genoeg reden om Bas eens te vragen hoe je succesvol een gebied omtovert.

Waarom is het zo belangrijk voor steden om dit soort plekken aan te pakken?

“Ruimte is ontzettend schaars in Nederland. We kunnen het ons niet meer veroorloven om op 1 plek maar 1 ding te doen. De druk op steden is groot. Het is een enorme opgave om wonen, werken, recreëren én maatschappelijke voorzieningen een plek te geven in de beperkt beschikbare ruimte. We moeten het dus wel anders gaan doen dan vijftig jaar geleden.

Naast deze functionele opgave hebben steden ook andere opgaven zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit en de energietransitie. Juist locaties met veel kantoren bieden mooie kansen om te transformeren. Dit soort wijken liggen doorgaans vrij geïsoleerd en het zijn plekken in een stad die onnatuurlijk aanvoelen. Met veel beton en spiegelglas. Een enkele boom en nauwelijks een vogel te bekennen. In de zomer ontstaan hier ware hitte-eilanden. En als je er ’s avonds komt, is het uitgestorven en kan het onveilig aanvoelen. Als we dit soort gebieden kunnen omtoveren en verbinden met de stad, worden ook dit levendige en aantrekkelijke plekken waar mensen graag zijn.”

Welk principe hanteer jij als je met een ruimtelijke visie aan de slag gaat?

Denk vanuit de mens. Wat vindt hij nou echt fijn? Zet de mens op nummer 1. Voor mij betekent dat, dat ik vanuit verschillende perspectieven kijk: niet alleen vanuit de 30+ yup, maar ook vanuit het perspectief van het spelende kind. Of de oudere persoon die alleen woont of iemand die in een rolstoel zit. Als je met de verschillende perspectieven rekening houdt en voor deze groepen een goede wijk kunt ontwerpen, dan doe je het voor de rest ook goed!

“Kijk je naar het spelende kind, dan wil je een omgeving waar je overzicht hebt, waar het rustig is en waar een kind rond 17:00 uur veilig een balletje kan trappen. En dat betekent dat je zorgt dat je de auto zoveel mogelijk buiten het gebied houdt en voorzieningen op fiets- of loopafstand zijn. Automatisch houd je zo meer ruimte over voor landschappelijke inrichting en daarmee dus voor veel meer groen.

In de deelgebiedsvisie van het Paasheuvelgebied zijn de voetganger en de fietser leidend geweest bij de herinrichting van de openbare ruimte. Het hele gebied is ingericht als een parklandschap. Klimaatadaptief en met een grote variatie aan plekken voor ontspanning en ontmoeting.”

Nog andere aspecten waar jij rekening mee houdt?

” Wat voor mij ook heel belangrijk is, is de mentale gezondheid. Dat zit hem onder andere in rustige plekken maken, naast de plekken met reuring en levendigheid. De behoefte aan stille plekken in de stad wordt nog vaak onderschat. Voor een locatie als Paasheuvel Village is dat echt een opgave. Het gebied is ingeklemd tussen het spoor en de snelweg. Dit zorgt voor fijnstof en geluidsoverlast. In het gebied wil je dus goede beschutte plekken maken.

Dat betekent dat je je gebouwen zo positioneert dat je een binnengebied krijgt wat beschut is en beschermd tegen geluidsoverlast. Bij Paasheuvel Village hebben we ook een stadsecoloog betrokken om te horen wat er in het gebied speelt op het gebied van ecologie. Zijn er bepaalde vogels, kikkers, slangen of vossen die hun leefgebied hebben in de omgeving? Dan zou je een biotoop kunnen maken en zo bijdragen aan meer en betere stedelijke natuur. Het helpt dan als je een rustig binnengebied hebt.”

Welke uitdagingen kom je tegen?

“Je hebt te maken met een ‘drukke ondergrond’. We kijken natuurlijk naar alles wat boven de grond zit, maar zeker bij bedrijventerreinen zit er van alles onder de grond. Denk aan een warmtenet of gasleidingen die je opgave complex maken. Belangrijk om dit goed in beeld te brengen en vervolgens heel slim kijken wat je ermee doet. Niet per definitie alles maar willen slopen of veranderen, maar kijken wat je kunt behouden en een tweede leven kunt geven!

Dit soort ontwikkelingen gaan vaak over een lange termijn van zo’n 20 tot 30 jaar waarin nog veel verandert. Denk alleen al aan een ontwikkeling als de coronapandemie, waardoor we ons huis en de buitenruimte binnen een jaar tijd veel meer zijn gaan waarderen. Dit heeft gevolgen voor de gebiedsontwikkeling. Je moet denken in een framework en in principes. Die moeten kloppen, want je kunt vanwege de lange termijn nog geen eindbeeld maken. Een helder proces, hoe je uiteindelijk bij je ideale stadswijk uitkomt, is dus heel belangrijk.”

Ik wandel nog regelmatig over de werf. Geweldig om te zien hoe dat gebied zich nog steeds ontwikkelt. Als ik zie dat mensen genieten van een plek, het gebied echt gaat leven en mensen zich er thuis voelen, dan loop ik met een grote glimlach rond! – Bas Horsting, architect en urban planner

Wat geeft jou energie bij dit soort ontwikkelingen?

“Je legt een visie neer dus je weet pas of het geslaagd is als je er na 5 of 10 jaar doorheen loopt en met mensen op straat spreekt. Ik heb lang gewerkt aan de ontwikkeling van de NSDM-werf samen met de gemeente Amsterdam en de betrokken projectontwikkelaars. We hadden op een gegeven moment een strategie bedacht om tijdelijke pleintjes in het plan op te nemen voor de fase waarin nog niet met de ontwikkeling was gestart. Als je dan ziet hoe dat uitpakt, een groepje studenten of werkende mensen trappen een balletje en op een bankje zitten wat mensen een pizza te eten van een pop-up restaurant, dan is dat toch fantastisch?