
Een sprong in het diepe
Slim bedacht
Zwem- en sportcomplex de Swaneburg is van het gas af
Het zwembad en de sporthal, waar jaarlijks zo’n 75.000 Coevordenaren zwemmen, badmintonnen, volleyballen en gymnastieken, wordt met duurzame energiebronnen verwarmd. Guido ter Voert, adviseur Duurzame Gebouwen bij Sweco en Anton Beekman, projectleider bij de Swaneburg, bedachten samen een energieconcept om de warmte in de zomer op te slaan en deze in de winter te gebruiken.
Waarom wilde de Swaneburg verduurzamen?
Anton: “Een zwembad is een energie intensieve omgeving. Het zwemwater moet op een constante temperatuur worden gehouden en alle ruimtes eromheen, zoals de kleedkamers en de kantine, moeten worden verwarmd. Hierdoor hadden we met ruim 500 ton per jaar een forse CO2-uitstoot. Door ons gebouw aan te pakken konden we veel besparing realiseren. En als stichting vonden we het ook erg belangrijk om ons steentje bij te dragen aan de energietransitie, hiermee kunnen wij het verschil maken. De tijd was er rijp voor.”

Hoe ziet het duurzame energieconcept bij de Swaneburg eruit?
Anton: “In plaats van gas worden het zwembad en de sporthal eind dit jaar verwarmd door duurzame energiebronnen: warmtecollectoren op het dak, grondwater, restwarmte uit het ventilatiesysteem, buitenlucht en elektriciteit. Aan het water, het grondwater en de lucht onttrekken we energie die via warmtepompen op een bruikbaar temperatuurniveau gebracht wordt. Daarmee verwarmen we het zwembadwater, het sanitair water en de verschillende ruimtes. Door over te gaan op deze duurzame energiebronnen reduceren we onze CO2-uitstoot vanaf dag één aanmerkelijk. Omdat we ook groene stroom inkopen en zelf elektriciteit opwekken, wordt de carbon footprint van het sportcomplex feitelijk nul.”

Is het moeilijk om deze aanpassingen te realiseren in een zwembad?
Guido: “De technische oplossingen worden al wel vaker toegepast, vooral bij nieuwe gebouwen. Dat is niet zo spannend omdat je er in het totale ontwerp direct rekening mee kunt houden. De uitdaging zat ‘m nu in de inpassing in een bestaand gebouw. Dit maakt het werk interessant. Je moet hierbij op zoek naar fysieke en technische ruimtes om de duurzame oplossingen in te passen.
De fysieke ruimte hebben we gevonden door gebruik te maken van het dak, de ondergrond en door de bestaande technische ruimtes optimaal te benutten. Technisch gezien zit de uitdaging in het integreren van de nieuwe warmte-opweksystemen met de bestaande warmte-afgiftesystemen. Daarnaast vraagt de omgang met het beschikbare elektrotechnische vermogen ook extra aandacht.”

Kan deze techniek bij elk zwembad worden toegepast?

Anton: “Ja dat kan wel, maar één op één kopiëren is niet mogelijk omdat elk zwembad zijn eigen karakteristieken heeft. De basistechniek van warmtepompen is altijd mogelijk, maar verder is het maatwerk. Er is ook een verschil tussen overdekte baden en openluchtbaden. Openluchtbaden zijn alleen in de zomer open. Daar kan je de energie voornamelijk uit de buitenlucht en zoninstraling halen. Dat ligt bij een binnenbad in de winter een stuk lastiger.”
Guido: “Bij elk zwembad in Nederland ligt een enorm potentieel. Denk alleen aan het dakoppervlak waar warmtecollectoren en zonnepanelen geplaatst kunnen worden. Het is raadzaam voor zwembaden en sportcomplexen om niet te lang te wachten met naar de mogelijkheden kijken. Ook al is er nog geen beleid voor opgesteld, ga gewoon aan de slag. De energietransitie komt op stoom en de overheid stimuleert deze met verschillende regelingen. Een belangrijke regeling voor sportaccommodaties, de BOSA, loopt in 2024 af. Des te meer reden om het nu te doen. En met de verduurzaming van bestaande zwembaden zetten we echt grote stappen in de energietransitie.