5 vragen aan Wilmer Noome over de impact van droogte

De maanden april en mei waren uitzonderlijk droog. Na twee droge jaren qua neerslag was iedereen bang voor een derde droog jaar op rij. De droogte had direct invloed op de grondwaterstand. Op veel plekken in Nederland zakt het grondwater tot dezelfde lage niveaus als in 2018 en 2019. De lage grondwaterstanden, een van de gevolgen van droogte, leidt op haar beurt weer tot verzakkingen aan panden. Wij krijgen hier momenteel veel vragen over. De hoogste tijd om onze waterexpert en geohydroloog Wilmer Noome te vragen om wat zaken op te helderen.

1. Wilmer, als het vanaf nu veel regent, is het probleem dan oplost?

“Gelukkig hebben we sinds half juni meer neerslag. De droogtemonitor van het KNMI laat zien dat 2020 op dit moment niet meer het droogste jaar ooit is, maar bij de 5% droogste jaren hoort. Meer neerslag is fijn, maar helaas is de hoeveelheid neerslag niet de enige factor die van invloed is op de grondwaterstand. Ook grondwateronttrekkingen, zoals voor gazonberegening of het vullen van zwembaden, bemalingen en grote bomen kunnen voor (te) lage grondwaterstanden zorgen. De neerslag helpt dus zeker om de droogte te beperken, maar het duurt nog lang voordat het grondwater weer op het normale niveau is.”

2. Wat merken woningeigenaren van een lage grondwaterstand?

“Lage grondwaterstanden kunnen voor veel overlast zorgen. Veen oxideert bijvoorbeeld sneller met maaivelddaling tot gevolg. Daarnaast vallen houten palen droog, wat tot paalrot en verzakkingen kan leiden. Door (langdurige) droogstand kunnen kleilagen gaan krimpen waardoor er zettingen ontstaan wat bij woningen zonder paalfundering (op staal gefundeerd) tot overlast als scheurvorming en schade kan leiden.”

3. Is de kans op schade aan woningen overal aanwezig?

“Nee, de kans op schade door lage grondwaterstanden is niet overal in Nederland even groot. Er zijn vier factoren die in grote mate bepalen wat de kans op schade is:

  1. Type ondergrond: De ondergrond moet gevoelig zijn voor verzakkingen of zettingen. Vooral veengebieden (met name west-Nederland) en gebieden met een kleiige ondergrond (waaronder het rivierengebied) zijn gebieden waar de kans op schade door droogte groter is.
  2. Type fundering: bij woningen met houten palen kan paalrot ontstaan door lage grondwaterstanden. De stevigheid van de houten palen verdwijnt waardoor deze het gewicht van de woning niet kunnen dragen. Woningen op staal zijn gevoeliger voor zettingen in kleilagen.
  3. Er moet sprake zijn van lage grondwaterstanden. Afhankelijk van de locatie kan bij houten palen in normale zomers al sprake zijn van paalrot. Schade aan woningen op staal door zetting of krimp in kleilagen komt vooral voor bij zeer lage grondwaterstanden.
  4. Manier van verzakking: als de mate van verzakking over de gehele woning vergelijkbaar is, dan zal niet snel schade ontstaan. Pas wanneer sprake is van verschilzakkingen kan scheurvorming optreden. De kans dat dit gebeurt is groter bij woningblokken dan bij vrijstaande woningen.”

4. Wat kan je als woningeigenaar precies doen om schade aan je woning te voorkomen of beperken?

“De gemakkelijkste manier om schade aan woningen te beperken is ervoor te zorgen dat elke druppel neerslag op het eigen terrein blijft. Oftewel, zorg dat het regenwater niet meer naar het riool stroomt en vervang zo veel mogelijk tegels door groen. Op deze manier kan (bijna) elke druppel regen infiltreren waardoor de kans op schade afneemt en de tuin ook koeler wordt. En, mooi meegenomen, dit helpt ook meteen tegen hittestress! Wel is het raadzaam om ervoor te zorgen dat dit afkoppelen van de woning niet tot wateroverlast in natte perioden leidt.”

5. Wie moet dit probleem aanpakken?

“De grondeigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn pand en het grondwater onder het perceel. In eerste instantie zal hij dus zelf maatregelen moeten nemen en de woning, inclusief de fundering, moeten onderhouden. Maar dit is wel erg eenvoudig gedacht! Particulieren hebben niet de juiste kennis en grondwater stopt niet bij de perceelsgrens. Het is voor hen moeilijk om in te schatten wat de risico’s zijn voor hun woning. Kennis en kunde is wel aanwezig bij gemeenten. Daarom wil ik voorstellen dat gemeenten inzichtelijk maken welke woningen, buurten of wijken gevoeliger zijn voor schade door lage grondwaterstanden en welke niet. Bijvoorbeeld door het uitvoeren van een droogterisicoanalyse.

Ook (NVM-)makelaars spelen een cruciale rol in het informeren van toekomstige woningeigenaren over hun plichten, verantwoordelijkheden en risico’s van wateroverlast en droogte op de woning. Op basis van deze kennis kunnen woningeigenaren beter reageren op toekomstige droge perioden.”

 

Meer weten?