5 vragen aan Jorick Palma: "Mooiste vondst was propagandagranaat"

Vandaag vieren we 75 jaar vrijheid. Prachtig! Echter, waar veel mensen niet aan denken, is dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland explosieven op en in de grond terecht zijn gekomen die niet ontploft zijn. Denk aan vliegtuigbommen en geschutsmunitie. De kans dat ze uit zichzelf ontploffen is héél klein. Als werkgever sta je voor een gezonde en veilige werkomgeving voor je medewerkers. Dus wat doe je als je de grond moet bewerken? Bijvoorbeeld voor een nieuw kantoor of de aanleg van een nieuwe weg. Dan komt Jorick Palma, onze expert Niet Gesprongen Explosieven in beeld. Hij vertelt je hier over zijn bijzondere vak.

1. Wat heb jij met de Tweede Wereldoorlog?

“Het is nu 75 jaar geleden dat ons land te maken heeft gehad de met verschrikkingen van een oorlog. Mensen van mijn generatie kunnen zich hier wel een voorstelling van maken, echter hebben wij dit gelukkig niet mee hoeven maken. Het is een situatie waar je hoopt nooit in terecht te zullen komen, maar welke wel heel erg tot de verbeelding spreekt. Er verschijnen nog steeds boeken over WOII en zenders als Discovery en National Geographic staan er bol van. Ik was van jongs af aan geïnteresseerd in WOII. Naar mate ik ouder word, kijk ik er echter wel met een andere blik naar. Zeker ook door mijn werk, waarbij ik door het raadplegen van archieven, heel dichtbij de realiteit kom. Daaruit blijkt dat de werkelijkheid net iets anders is, dan dat ze je in de films laten zien.”

2. Hoe ben je in dit vak gerold?

“Tijdens mijn studie Militaire Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam ging ik op zoek naar een stageplek. Mijn doel was om een passende stage te vinden, maar niet in het onderwijs. Ik was al eens gestuit op bedrijven die onderzoek doen naar Niet Gesprongen Explosieven. Ik heb toen het bedrijf T&A Survey in Amsterdam geschreven en mocht daar mijn stage doen. Na mijn stage heb ik daar nog 11 jaar gewerkt. In die tijd heb ik kennis gemaakt met alle facetten van het explosievenonderzoek, zowel achter het bureau als in het veld.

We weten in Nederland in welke gebieden het risico op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven het grootst is. Als er in een hoog risicogebied graafwerkzaamheden gepland staan, dan onderzoeken we dat gebied eerst in meer detail op de aanwezigheid van NGE

Jorick-770x480px.jpg

3. Is het normaal om met deze expertise bij een ingenieursbureau te werken?

“Tja, wat is normaal? Binnen verschillende ingenieursbureaus zijn er zeker mensen te vinden die zich deze materie hebben eigen gemaakt of er interesse voor hebben. Ik weet dat er mensen met deze expertise bij ProRail terecht zijn gekomen, maar ken weinig mensen die een overstap hebben gemaakt van de explosievenopsporingsbranche naar een ingenieursbureau. Het voordeel voor onze klanten is dat wij hierdoor nu dus alle aspecten van de ondergrond in eigen beheer kunnen uitvoeren en niet meer afhankelijk zijn van derden.”

4. Wat is gekste wat je ooit gevonden hebt?

“Wij hebben wel eens Duits servies gevonden in een gedempte krater op een vliegveld. Wat ik ook een hele mooie vondst vond, was een nog gevulde propagandagranaat. Deze granaten werden over de vijand heen geschoten, waarbij er dan propagandamateriaal uit de granaat werd verspreid. Er zaten briefjes in met kaartjes van de geallieerde opmars in Duitsland, om zo het moraal van de Duitse troepen te ondermijnen.”

5. Welke impact verwacht je van de nieuwe leidraad archeologie WOII voor jouw dagelijkse werk?

“Het onderdeel WOII krijgt een grotere rol in ons werk. Dit betekent dat naast de reguliere onderzoeken Niet Gesprongen Explosieven die ik uitvoer, ik ook meer betrokken zal worden in onze archeologische onderzoeken. Beide expertises hebben veel kennis nodig uit het verleden. Ik verwacht dat onze expertises op gebied van archeologie en Niet Gesprongen Explosieven meer in elkaar verstrengeld raken en elkaar daardoor meer en meer versterken.”

In 2020 verschijnt een nieuwe leidraad archeologie WOII, waarin staat dat voor elk archeologisch onderzoek aandacht besteed moet worden aan de oorlogshandelingen die mogelijk in het gebied hebben plaatsgevonden. 

Meer weten?