Hoe krijgen gemeenten en scholen kinderen op de fiets naar school?

Het is begin september en de spandoeken hangen weer op straat en vertellen weggebruikers dat de scholen weer begonnen zijn. Want de verkeersveiligheid van onze kinderen is belangrijk. Toch zijn er vele factoren die de vervoerskeuze naar de basisschool beïnvloeden, en verkeersveiligheid is er één van. Hoe kan deze keuze beïnvloed worden en wat kunnen gemeentes, scholen en ouders zelf doen?

Õnne Kask, stagiair Duurzame mobiliteit

Deze zomer heb ik een enquête gehouden onder 190 ouders van kinderen op de basisschool (55% jongens, 45% meisjes) met deelnemers uit het hele land (Utrecht 31%, Gelderland 13%, Noord Brabant 13%, Overijssel 11%, Zuid -Holland 7%, Noord-Holland 6%, Groningen 6%, andere <4%). Het doel was om te ontdekken hoe kinderen naar school reizen en waar ouders hun keuze op baseren. 

Nog altijd gaan de meeste kinderen met de fiets naar school

Onze bevindingen tonen aan dat met 69% van de ondervraagden de meeste kinderen per fiets naar school gaan. Dit doen ze alleen (20%), samen met een ouder (37%) of samen op de fiets van hun vader of moeder (11%). Een totaal van 69% is een uitstekend resultaat, maar het lijkt erop dat we dit hoge aantal als vanzelfsprekend beschouwen.

In Nederland is het zo normaal om te fietsen dat we de voordelen ervan vergeten. Fietsen is gezond en kinderen zijn er dol op. Bovendien geldt dat hoe vroeger kinderen beginnen met fietsen, ze onafhankelijker en betere verkeersdeelnemers zijn als ze ouder zijn. Als onze achterbankkinderen niet al op de basisschool beginnen met fietsen, kan de toekomst van het Nederlandse fietsen er heel anders uit komen te zien.

Het aantal kinderen dat zelfstandig naar school fietst daalt

In 2003 ging gemiddeld 79% in groep 6 en 7 alleen naar school (1). Mijn onderzoek laat een lager cijfer van 54% zien. Ouders reizen vaker samen met hun kinderen vanwege zorgen over de verkeersveiligheid en omdat ze hun kind niet alleen in het verkeer vertrouwen. Is dit proces omkeerbaar door de verkeersveiligheid te verbeteren zonder tijdrovende en dure verbetermaatregelen?

In gesprekken met een aantal overheden ben ik een aantal leuke voorbeelden tegengekomen van oplossingen. Zo is de provincie Gelderland in gesprek gegaan met de gebruikers. Leerlingen uit groep 7 en 8. De resultaten: het verlagen van een verkeersbord en het verwijderen van parkeerplaatsen dicht bij een kruising omdat deze het zicht van kinderen belemmerden. Dit zijn kleine en goedkope maatregelen die het verschil maken en ook ouders laten zien dat er verbeteringen zijn aangebracht. Door deze zichtbare aanpassingen kunnen ouders het vertrouwen krijgen om hun kinderen zelfstandig naar school te laten fietsen.

Dit soort creatieve en laagdrempelige maatregelen zijn voor elke school te hanteren. Maar hier moeten scholen wel op gewezen worden. Dit kan in combinatie met een klein maatregelenbudget en communicatieaanpak vanuit de betreffende gemeente gestimuleerd worden.

 Ouders die hun kinderen naar school brengen met de auto vormen een veiligheidsprobleem voor anderen

Mijn man brengt onze dochter vaak weg en die rijdt met de auto (door naar A’dam). Ik moet om de zelfde tijd beginnen als de basisschool begint. We kunnen haar alleen op onze vrije dag weg brengen met de fiets.

Dit is een voorbeeld waar veel ouders zich mee kunnen identificeren. Ouders hebben in hun krappe planning weinig tijd om voor de fiets te kiezen als ze zelf op tijd aan het werk moeten. Hier bood de gemeente Veenendaal een creatieve oplossing waarmee ouders meer tijd hadden tussen school en werk. Door scholen te vragen om 5-10 minuten eerder te openen, vonden veel ouders precies de tijd die ze nodig hadden om met hun kind naar school te fietsen, daarna terug naar huis en pas dan in de auto naar het werk te springen.

Het spreiden van verkeer is een hele effectieve maatregelen die voor veel verlichting kan zorgen. Een schoolomgeving wordt dan als rustiger en veiliger ervaren. Dit kan meer ouders  over de streep trekken tóch te gaan fietsen. De NS probeert al jaren het aantal reizigers tijdens de ochtendspits te spreiden, zonder al teveel succes. Want gewoontegedrag is lastig te doorbreken. Dit komt onder andere doordat ouders vastzitten aan vaste momenten, waar omheen ze hun reis plannen. Door ouders meer flexibiliteit te bieden in de momenten waarop ze hun kind naar school kunnen brengen, kan dat gewoontegedrag (het vaste reismoment) veranderen.

40% van de scholen besteedt weinig aandacht aan het stimuleren van lopen of fietsen naar school

Veel ouders in onze enquête gaven aan dat de school van hun kind weinig tot geen aandacht besteedt aan wandelen en fietsen. In sommige gemeenten, zoals Houten, zorgt een uitstekende stadsplanning ervoor dat kinderen hoe dan ook lopen en fietsen. Hoewel 67% van de mensen in Houten buiten de stad werkt en met de auto pendelt, zijn er 's ochtends slechts een paar auto's te zien bij de ingang van de school.

Helaas zijn er niet veel plaatsen zoals Houten. In dergelijke dorpen en steden zouden scholen en de lokale overheden een actievere rol moeten spelen bij het stimuleren van wandelen en fietsen naar de basisschool als dit niet de meest voor de hand liggende manier van reizen is zoals in Houten. Gekleurde paaltjes en drempels die een schoolzone markeren hebben slechts een kort termijneffect. In plaats daarvan kunnen leuke en lonende campagnes leiden tot de gewenste resultaten. Onverwacht komen hiervan de beste voorbeelden uit het buitenland.

In Göteborg, Zweden, wordt al tien jaar een leuke en succesvolle campagne gevoerd (2). Gedurende een maand verdienen kinderen punten door op een andere manier te reizen dan met de auto, of zelfs als hun ouders ze een beetje verder van school afzetten. Uiteindelijk wint de klas met de meeste punten kaartjes voor een pretpark. Het succes heeft ertoe geleid dat ook andere steden meedoen. In Nederland staan dergelijke campagnes in de kinderschoenen en daar is naar mijn mening nog veel te winnen.

Bij elkaar zijn er veel dingen die ouders, gemeenten en scholen kunnen doen om kinderen een gezondere toekomst te bieden. Te beginnen bij het bieden van een veilige en gezonde reis naar de basisschool. We zien enkele goede voorbeelden uit het hele land en daarbuiten, nu is het tijd om ze breder te implementeren.

(1) Bron: Reisgedrag kinderen basisschool, Traffic Test, 2003

(2) Campaign “På egna ben!” (Op je eigen benen). 

 

 

 

Meer weten?