Gevaren uit alle hoeken voor ons drinkwater

Drinkwaterbedrijven luiden de noodklok. De drinkwaterbronnen, zowel grondwater als oppervlaktewater, raken steeds meer vervuild waardoor de zuiveringsinspanning tot drinkwater steeds lastiger wordt en daarmee ook duurder. De oorzaak van de toenemende vervuiling van de drinkwaterbronnen is een ‘veelkoppig monster’:

Annette van Buunen-van Bergen, Leading expert en Femke Haest-van Benthem, Afdelingshoofd Bodem en ondergrond

  • Medicijnresten en antibiotica resistente bacteriën, vanuit ons eigen rioolwater en diergeneesmiddelen vanuit de landbouw;
  • Chemische stoffen door spills/calamiteiten en (weliswaar vergunde) afvalwaterlozingen vanuit de industrie;
  • Nitraat, sulfaat, hardheid als gevolg van overbemesting van onze landbouwgronden
  • Gewasbeschermingsmiddelen vanuit de landbouw
  • Microplastics, nanodeeltjes vanuit ons eigen rioolwater, maar ook afspoeling van bandenslijpsel van wegen en afbraak van zwerfplastics
  • Toename van concentraties van alle stoffen in ons oppervlaktewater door lange periodes van droogte in de zomer;
  • Verzilting van ons oppervlaktewater, eveneens als gevolg van lange droge periodes
  • Een aantal andere nieuwe, stoffen waarvan we het bestaan wellicht nog niet eens kennen, laat staan de risico’s die deze stoffen met zich mee brengen;
  • In het artikel wordt ook gewezen op het toenemende aantal geothermie-projecten die risico’s met zich meebrengen vanwege het doorboren van kleilagen die een beschermende laag vormen.

Bij een aantal stoffen worstelt men nog met welke analysemethode gehanteerd moet worden om de juiste concentraties vast te stellen. Ook ontbreken soms nog normen die moeten worden gehanteerd.

De oplossing voor de toenemende  vervuiling is dus zeker niet eenvoudig. In onze beleving is dit hét moment om eens na te denken over een compleet andere aanpak van onze waterketen.

Als eerste zouden we, zoals ook onlangs genoemd in een artikel in het AD, ons drinkwaterverbruik sterk kunnen terugdringen door ons kostbare drinkwater niet meer te gebruiken voor het doorspoelen van het toilet, het wassen van kleding, het wassen van onze auto en het sproeien van onze tuin. Dit zou namelijk ook heel goed kunnen met water van een wat mindere kwaliteit, “gebruikswater”. Hiermee kan circa 45% van ons dagelijkse drinkwaterverbruik worden bespaard. Als we ook voor het douchen gebruik maken van gebruikswater, loopt de besparing zelfs op naar circa 85%. Regenwater zou hiervoor als bron kunnen dienen, maar juist in langere droge perioden is regenwater slecht beschikbaar.

Een andere bron zou ons rioolwater kunnen zijn. Wellicht een nare gedachte, maar op andere plekken in de wereld, zoals Namibië, Zuid Afrika, Australië en Singapore, gebeurt dit al op kleine schaal. Voordeel hiervan is dat zowel de kwaliteit als de kwantiteit van de “bron” redelijk constant en bekend is en niet wordt beïnvloed door industrie, landbouw, droogte, geothermie en wellicht in de toekomst nog veel meer.

Deze directe opwerking past tevens heel goed in de gedachte van de circulaire economie. Dit betekent wél dat er in wet- en regelgeving en in “controle en bewaking” veel moet veranderen.

Een voorbeeld is de wijze waarop de twee leidingenstelsels in huis worden aangelegd. Het leidingstelsel voor gebruikswater moet door iedereen duidelijk kunnen worden onderscheiden van dat voor drinkwater (bijvoorbeeld door verschillende kleuren leidingen). Wie bewaakt de aanleg van de leidingstelsels, de kwaliteit van het gebruikswater en aan welke normen moet dit gebruikswater voldoen? Ook moet worden nagedacht op welke schaalgrootte de opwerking van het riool-of regenwater het beste kan gebeuren: per woning, per straat, per wijk of per stad en wat hiervoor de meest aangewezen technologie is.

Hierbij moeten we dus meer vooraan in de keten adviseren over de plannen. Dit kan uitstekend gecombineerd worden met plannen van de ondergrond, de zogenaamde “ondergrondplanologie”. De “druk op de ondergrond” wordt nu soms al pijnlijk duidelijk. Hoe gaan we alle plannen met en op elkaar afstemmen zodat ook echt goed beleid gemaakt kan worden voor het gebruik en de toekomst van de ondergrond?  Bij Sweco hebben we al veelvuldig ervaring met de opzet en implementatie van het beleid van de ondergrond en lukt het ons iedere keer weer dit samen met stakeholders vorm te geven. Daarnaast helpt het om een sociaal innovatietraject in te zetten. Burgers moeten goed worden geïnformeerd en meegenomen in dit traject. Duidelijk moet worden uitgelegd waarom deze verandering noodzakelijk is en dat dit geen consequenties heeft voor gezondheidsrisico’s.

Er moet dus héél véél gebeuren voordat we zover zijn. Onze mening is dat nú het moment is om met elkaar over deze omslag in discussie te gaan. De verschillende stakeholders zoals adviesbureaus, gebieds- en projectontwikkelaars, drinkwaterbedrijven, waterschappen, aannemers en overheid moeten gezamenlijk optrekken om dit “veelkoppige monster” voor te blijven.

Meer weten?