Een energielabelsprong in gebouwen - hoe dan?

Op 26 september publiceerde Sweco een analyse naar de energielabels in de vijftien grootste gemeenten van Nederland. Met uitzondering van gemeente Almere, heeft in alle gemeenten nog niet de helft van de gebouwenvoorraad het energielabel B of hoger. Hoe kun je ervoor zorgen dat het energielabel van een gebouw daadwerkelijk verbetert?

Door Vincent Jansen, hoofd afdeling Energie en Jina Bhagwandas, adviseur duurzame energie bij Sweco Nederland

Eén van de maatregelen van de Nederlandse overheid om Nederland in 2050 CO2 neutraal te krijgen, is het aardgasloos maken van de gebouwde omgeving. Dat de gebouwde omgeving flink bijdraagt aan de CO2 uitstoot, blijkt wel uit de cijfers die het CBS 23 september j.l. publiceerde: de CO2-uitstoot in Nederland was in het tweede kwartaal 2,9 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar, omdat met name huishoudens en dienstverlenende bedrijven meer stookten door het koude voorjaar. 

Analyse energielabels 15 grootste gemeenten

Energielabels geven aan hoe energiezuinig een gebouw is. Dat we inderdaad nog een lange weg te gaan hebben om de energielabels van gebouwen te verbeteren, bewijst de analyse die we deden naar de energie labels van alle gebouwen in de 15 grootste gemeenten van Nederland.

De best scorende en tegelijkertijd de jongste gemeente, de gemeente Almere, heeft op dit moment 60% van de gebouwen energielabel B of hoger. De relatief jonge gemeentes zoals Almere en gemeentes met veel nieuwbouw zoals Utrecht, lopen voorop. Maar gemeentes met een historische stadskern hebben een nog veel grotere uitdaging om de gebouwen te verduurzamen. In bijvoorbeeld Haarlem scoort maar 25% van de gemeente energielabel B of hoger en in Groningen 17%. Veel gebouwen zullen dus nog een energielabelsprong moeten maken. Maar hoe?

Energielabelsprong bij utiliteit

Bij het maken van een energielabelsprong hangt het er sterk vanaf of het een woning of een utiliteitsgebouw is. Bij een utiliteitsgebouw is de gebruiksfunctie van belang. Het is bijvoorbeeld makkelijker om een energielabelsprong te maken bij kantoren dan bij ziekenhuizen. Bij kantoren bijvoorbeeld, wordt doorgaans de grootste stap gemaakt door verlichting en ventilatie aan te pakken.

Energielabelsprong bij woningen

Bij woningen is een eerste logische stap voor het maken van een energielabelsprong het aanpakken van de thermische schil. Dit is in feite ‘de jas’ van de woning. Isolatie van het dak, gevel en vloer, als ook het toepassen van goed isolerende HR++ of HR+++ beglazing kunnen samen zorgen voor een flinke labelsprong. Bij woningen is selectief isoleren een voor de hand liggende optie. Per onderdeel dient te worden gekeken waar het rendement het beste opweegt tegen alternatieven. Het dak en de beglazing wegen bijvoorbeeld zwaarder dan de isolatie van de vloer. Extra isoleren heeft bijvoorbeeld weinig zin als de luchtdichtheid niet kan worden verbeterd. De Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) stimuleert het treffen van energiebesparende maatregelen in bestaande koopwoningen. Deze subsidieregeling voor eigenaar én bewoner is op 2 september 2019 weer open gegaan. De warmteopwekker in de woning leidt ook tot energielabel-verbetering, bijvoorbeeld zonnepanelen op het dak. Afhankelijk van hoeveel minder energie wordt verbruikt als gevolg van de duurzame bron kan er wel tot drie stappen energielabelverbetering plaatsvinden.

Duurzame bron

Een duurzame bron voor verwarmen van de woning of gebouw leidt ook tot labelverbetering. Een bron kan een hoog temperatuur of laagtemperatuur bron zijn. Van belang is om de bron te laten aansluiten op de warmtevraag. Zo kan laag temperatuur restwarmte uit de industrie goed toegepast worden bij Label A of B woningen, maar niet bij niet geïsoleerde woningen. Daarnaast is de concentratie van de vraag cruciaal voor de haalbaarheid van een collectieve bron (bron die via een warmtenet warmte levert). Van belang is dan of een andere bron zoeken en toepassen of eerst starten met isoleren. Met andere woorden zowel de bron als de vraag zijn bijzonder bepalend voor de aanpak van gasloos maken. Wanneer de vraag minder verspreid en laag temperatuur is, kan een individuele luchtwarmtepomp toegepast worden.

Conclusie

Nederland staat voor een enorme verduurzamingsopgave. Het goede nieuws is dat de technische mogelijkheden er al zijn. Inzicht in de energielabels van de gebouwen geeft gemeentes handvatten om de juiste keuzes te maken en de prioriteit te geven aan die maatregelen om de verduurzaming van vastgoed een boost te geven. 

De Energie Strategie Atlas

Sweco bracht de energielabels in kaart met behulp van de Energie Strategie Atlas (ESA). Deze door Sweco ontwikkelde GeoWeb tool maakt gebruik van openbare data van de Energielabel database van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het combineert meer dan 70 basiskaartlagen met lokale data en analyses.

De ESA geeft niet alleen inzicht in de energielabels. Het geeft per wijk ook inzicht in de huidige energievraag zoals elektriciteits – en gasverbruik, de bestaande infrastructuur zoals gasleidingen, warmtenetten en de potentie voor duurzame vormen van energie zoals restwarmte en geothermie potentie.

Meer weten?

Cookies

Onze website maakt gebruik van cookies. Wij gebruiken de informatie die we met behulp van cookies krijgen om te begrijpen hoe bezoekers onze site gebruiken en om verbeteringen door te voeren. Onze cookies slaan geen persoonlijke gegevens op. Als u niet wilt dat onze site cookies plaatst, kunt u ze in uw browser uitschakelen. U kunt dan nog steeds onze webste gebruiken.