0 van 0 resultaten voor ""

Bodem en water sturend voor de verstedelijkingsopgave: wat betekent dat eigenlijk?

Onlangs publiceerde Hugo de Jonge zijn ambitieuze Nationale Woon- en Bouwagenda. De kern: 900 duizend woningen tot 2030 waarvan tweederde betaalbaar om een eigen woning weer voor iedereen bereikbaar te maken. De focus ligt op versnelling en grootschalige woningbouw waarvoor 15 grootschalige gebieden zijn aangewezen. En, niet onbelangrijk in deze opgave, bodem en water zijn sturend voor de plannen. Een harde afspraak in deze agenda én in het regeerakkoord. Zo voorkomen we dat toekomstige generaties worden opgezadeld met schade die we nu kunnen voorkomen. Maar wat betekent dat eigenlijk om bodem en water sturend te maken?

Alex Hekman, business director water en klimaat
Susan Groot Jebbink, business director veilige en gezonde stad

Het einde van een systeem

Vorig jaar publiceerde Sweco samen met Deltares en Bosch Slabbers het essay ‘Op Waterbasis’. Daarin maakten we duidelijk dat het sterke vertrouwen van ons Nederlanders in de maakbaarheid van onze omgeving heeft geleid tot een tot in detail ingeregeld bodem- en watersysteem. Dit gaf de ruimte om -waar we maar willen-  álle vormen van landgebruik mogelijk te maken. Zo bouwen we op de slapste gronden en telen we gewassen op droge zandgronden of in verziltende polders. Dit systeem, door de eeuwen heen ontwikkeld, heeft ons veel voorspoed gebracht. Toch is het tegelijkertijd onvoldoende robuust om de grote gevolgen van klimaatverandering op te vangen. De droogte van 2018 en de overstromingen in Limburg in 2021 zijn daarvan duidelijke voorbeelden. Bovendien, liet het essay zien, putten we op veel plekken in Nederland het systeem uit. Zo onttrekken we meer water dan er aangevuld wordt, lozen we meer stoffen dan het systeem aankan en neemt de biodiversiteit af.  Een nieuw evenwicht is dringend nodig.

Susan Groot Jebbink voor gebouw op grasveld
Alex voor gebouw
Content blocks – This block is empty

Hypotheek op de toekomst

Bodem en water sturend maken betekent: de grenzen van het bodem- en watersysteem opnieuw leren respecteren. Leidend hierbij is het NOVI-principe om niet af te wentelen. Ongemerkt doen we dat op veel plekken, ook in woningbouw. We wentelen bijvoorbeeld klimaatrisico’s en herstelkosten af naar de toekomstige generatie door bij het bouwen nu geen rekening te houden met lange termijn klimaateffecten zoals zeespiegelstijging of steeds extremere neerslag. Een risicovolle hypotheek op de toekomst. Of we wentelen hoge beheerkosten af van de private naar de publieke sector door onvoldoende te investeren in duurzaam bouwrijp maken. Het blijft daardoor nog altijd aantrekkelijk om op de meest kwetsbare locaties te bouwen, omdat we de kosten in feite verleggen.

Norm: een veilige grens?

Normen spelen hierin een belangrijke rol. Voldoen aan de norm suggereert immers dat een plan veilig of klimaatbestendig is. Creatieve ingenieurs weten via allerlei slimme oplossingen met deze normen te spelen. Zo kunnen we bijvoorbeeld de bouw van woningen op kwetsbare plekken zoals beekdalen of bodemdalingsgebieden verantwoorden. De overstromingen in Limburg hebben echter aangetoond dat ook situaties die ver buiten onze normen vallen zich zomaar kunnen voordoen. Schade kunnen we op dat moment misschien niet voorkomen, maar laten we er in ieder geval voor zorgen dat we ontwrichting van de samenleving wél voorkomen en dat er geen slachtoffers vallen. Dat risico plaatst het bouwen midden in een beekdal opeens in een heel ander perspectief.

Wat kan er wel?

Wat betekent dit concreet voor de Woon- en Bouwagenda en de plannen van ons kabinet? De agenda maakt zelf al onderscheid tussen locaties waar ruimtelijke afwegingen nog wel of niet zijn afgerond. De vijftien grootschalige woningbouwgebieden zijn al geselecteerd. Hier kunnen de kenmerken van het bodem- en watersysteem geen invloed meer uitoefenen op de locatiekeuze. Klimaatbestendig bouwen vergt desondanks scherpe keuzes en investeringen die verder gaan dan de norm. Het briefadvies woningbouw en klimaatadaptatie van de Deltacommissaris geeft hiervoor concrete handvatten. Bijvoorbeeld een aanpasbare inrichting met tijdelijke functies in de laagste delen zoals de flexwoningen die de Bouw- en Woonagenda noemt. Als het klimaat sneller verandert dan we nu voorspellen kan deze ruimte op termijn vrijgemaakt worden voor groen of blauw. Een ander voorbeeld is om de uitkomsten van stresstesten te betrekken bij de planvorming, zodat we er voor kunnen zorgen dat als er een situatie optreedt die ver buiten alle normen gaat, de veiligheid van de inwoners geborgd is door het creëren van vluchtplekken of evacuatieroutes op de juiste plekken.

Wat kan er niet?

Voor de woningen waarvoor de ruimtelijke afweging nog moet plaatsvinden is het van belang keuzes te maken. Er zal niet langer traditioneel gebouwd moeten worden op de plekken die nodig zijn voor toekomstige maatregelen om zeespiegelstijging of extreme neerslag op te vangen. Dat betekent: hoger bouwen langs rivieren en wateren waar verwacht wordt dat het peil stijgt, zorgdragen dat dijken in de toekomst onbelemmerd verhoogd en verbreed kunnen worden en alleen onder strenge voorwaarden bouwen in het stroombed van rivieren, in de grotere beekdalen of in de diepste delen van polders. De eisen die we aan deze gebieden stellen kunnen worden vervat in de verstedelijkingsstrategieën, zoals op dit moment bijvoorbeeld gebeurt in de verstedelijkingsstrategie voor de regio rond Zwolle. Daarbij is het belangrijk niet alleen in te gaan op de beperkingen maar ook in te gaan op de kansen die de klimaatopgave biedt voor de verstedelijkingsopgave.

De kosten van deze investeringen

Een consequentie van bovenstaande is dat extra investeringen nodig zijn. Dat betekent dat de kosten voor planontwikkeling op ongunstige locaties toenemen. Al deze extra eisen staan op gespannen voet met de ambitie om tweederde van de woningen betaalbaar te bouwen. Hoe gaan we dat betalen?

Als we één inzicht hebben overgehouden aan de coronacrisis is het wel dat onder druk alles vloeibaar wordt. Decennialang hebben we gedacht dat het onmogelijk was om het fileprobleem op te lossen door mensen thuis te laten werken. Maar in slechts één weekend lukte dat. We mochten simpelweg niet naar ons werk. Binnen enkele dagen werden digitale systemen ingericht, leerde heel Nederland online te vergaderen en de ontwikkeling van online hulpmiddelen voor brainstorms en workshops nam een grote vlucht. Als er geen andere uitweg is ontstaat direct innovatie en wordt het onmogelijke mogelijk.

De kosten voor bouwen op kwetsbare plekken nemen fors toe als we het principe van ‘niet afwentelen’ structureel doorvoeren. Het wordt gewoonweg duurder en de marges voor ontwikkelaars, return on investment voor investeerders of de grondopbrengst voor publieke partijen, wordt kleiner. En dat is nu juist de bedoeling! Want op die manier ontstaat een mechanisme waardoor woningbouw zich weg beweegt van de plekken die nu of in de toekomst kwetsbaar zijn vanuit het bodem en watersysteem. En als we dan ook nog de geitepaadjes blokkeren door bestuurlijke sturing op deze kaders, ontstaat vanzelf een nieuwe prikkel voor innovatie. Zo ontstaat de juiste sturing.

Denk jij weleens na over de toekomst?

Wij doen niet anders. Elke dag opnieuw. We delen graag een stukje toekomst met je.